
“Kanu, dat was niet mama. Kom, sta op. Huil niet, Kanu. Laat me kijken, heb je je pijn gedaan?
Je broek is niet vuil geworden, het geeft niet. Je hebt ook geen bloed, zie je wel. Hier, een kusje. En nog een. Nou is het goed. Stil eens… Zo erg is het toch niet om te vallen? Laten we gaan.
Kanu, mama is niet daar, mama is naar haar werk bij de witte mannen. Kom, we gaan naar het speeltuintje en jij mag de hele tijd op de schommel als je wilt.
Als mama vanavond thuiskomt, gaan we eten kopen. Waar heb je zin in? In chippies? Nee, Kanu, ik heb niks te eten bij me.
Wil je hier de hele dag blijven liggen? Als je nou blijft huilen, komt er een politieagent en die stuurt ons het land uit. Ik heb ook honger en ik wou ook dat mama hier was. Nu moet je ophouden.
Kom, we gaan schommelen, dan vergeten we alles. OK?”
▶hoe vond je deze?

“Je eerste afspraak bij de Reclassering is overmorgen. Het is in Utrecht, omdat je daar het dichtst bij woont. Of woonde. Heb je een onderkomen?” John Lohorting knikte vaag en nam het afspraakkaartje aan. Een half uur later stapte hij op de trein naar Utrecht, bang om te vergeten waar hij twee dagen later moest zijn.
Er stonden drie kinderen langs de Oudegracht: twee speelden er viool en de derde danste rond met een hoed waar de mensen geld in gooiden. Op het bankje ertegenover ging hij zitten kijken naar de mensen die bij de kinderen stonden te kijken. De vrolijkheid en de ontspannen gezichten was hij niet meer gewend.
Hij kreeg trek. In het Inloophuis had hij vroeger wel eens gegeten, maar hij durfde niemand de weg te vragen. Een vrouw met een fiets kwam voor hem staan. Zij keek niet naar hem. Hij herkende haar toch. Ze leek op zijn oma, van wie hij vroeger alles kreeg wat hij eiste.
Toen ze verder liep, stond John op en begon haar te volgen.
▶al 1 reactie, wat vind jij?

Elke stap in een grote stad als Parijs kost me geld. Om aan de mode mee te doen, om op een terras bij mijn flierefluitende vrienden aan te kunnen schuiven, om boodschappen in te slaan, of om een op de vijf bedelaars bij te staan. Daar zit de laatste van vandaag, de laatste van de maand. Hij heet Farhid Neshin, ik ken hem sinds vorige week. Want dit is mijn vaste route, en dat is zijn vaste plek.
Hij heeft een baan, iets met computers, maar die begint pas morgen. Op zijn bordje staat “Als u me vijfhonderd Euro kunt lenen, krijgt u het over een maand terug, want ik heb volgende maand een baan, maar tot die tijd geen geld om voor de hond te zorgen.” Cash is king, hoor je wel eens.
Die puppies zijn bij hem onder een brug geboren, niemand anders dan Farhid had aandacht voor zo’n zwanger teefje. Dat is Parijs ook.
Iemand gooide 20 Eurocent op zijn kleedje, die heeft hij nu in zijn zak, om niet het verkeerde voorbeeld te geven.
▶hoe vond je deze?